Eerste groep

Vanaf 1898-1899 vestigt zich te Sint-Martens-Latem aan de Leie een kunstenaarskolonie van symbolisten. De spilfiguur van deze kolonie was George Minne, die rondom zich Valerius De Saedeleer en de jongere Gustave van de Woestyne verenigde. De dichter Karel van de Woestyne steunde hen op theoretisch gebied. Deze kunstenaars zetten zich, zoals alle symbolisten, sterk af tegen het kommerloze impressionisme en tegen het luminisme en het fauvisme, met de felle licht-en kleurvlakken, dat toen bij ons beoefend werd door Rik Wouters, Henri Evenepoel en Emile Claus. Zij ontliepen de geraffineerde stadscultuur en zochten hun heil in het ongerepte platteland met die stilte, rust en eenzaamheid.

Tot de eerste groep van de 'Latemse School' worden gerekend: George Minne, Valerius De Saedeleer, Gustave van de Woestyne alsook zijn broer, dichter en criticus Karel van de Woestyne.

Zij zijn het die zich vanaf 1895 te Latem vestigen, daartoe aangemoedigd door Albijn Van den Abeele, gemeentesecretaris van Sint-Martens Latem. Hij vangt als een soort vaderfiguur de overwegend uit Gent afkomstige kunstenaars op.

Na 1900 komen trouwens heel wat kunstenaars voor een korte of lange periode naar het kunstenaarsdorp dat steeds meer bekendheid krijgt en een echt artistiek kruispunt wordt. Door de aanwezigheid van andere groepen kunstenaars (eerst de luministen, dan de expressionisten) wordt Latem in de Belgische kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw een begrip.