Impressionisten

In de ontwikkeling van het Belgische impressionisme speelde de Leiestreek een cruciale rol. Toen Emile Claus zich in 1881 te Astene vestigde, een deelgemeente van Deinze, ging hij op zoek naar het onbezoedelde, ongecompliceerde boerenleven van zijn jeugd. Toen wees niets op de bloei die het impressionisme in het Leieland zou kennen van 1890 tot 1914.

Het internationale succes dat Claus kende op tentoonstellingen in binnen- en buitenland, trok jonge kunstenaars aan die in dezelfde stijl wilden carrière maken. In de eerste plaats moeten Anna De Weert en Jenny Montigny als Claus' belangrijkste leerlingen worden aangeduid. Beide dames, afkomstig uit de gegoede Gentse burgerij, kende een grote carrière en legden mede de basis voor de faam van het luminisme in het Leieland.

Omstreeks 1900 kende de roem van Claus ook op een groep jonge Gentse kunstenaars een sterke aantrekkingskracht. Gustave en Leon De Smet, Constant Permeke, Maurice Sys en Frits Van den Berghe zouden zich omstreeks 1905 in Sint-Martens-Latem vestigen, en bleven tot 1914 het luminisme van Claus trouw.