De Cock, César (1823-1904)

De Cock, César (1823-1904)

Biografie

Geboren als zoon van een kleermaker, brak voor César en zijn broer Xavier een moeilijke periode aan na de vroege dood van hun vader. Ondanks de precaire financiële situatie zette César door en volgde het avondonderwijs aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten. In dezelfde periode volgde hij les aan het stedelijke conservatorium waar hij in 1840 de tweede prijs viool behaalde. Toen stond zijn beroepskeuze nog niet definitief vast. Als violist was hij actief aan het Grand Théâtre en als zanger in de Sint-Baafskathedraal en de Sint-Jacobskerk. Het was ook als muzikant dat hij in de eerste tijd in Parijs aan de kost kwam.

Als kunstenaar debuteerde hij in 1844 op de salon van Gent. Maar het plaatselijke tentoonstellingsleven maakte geen grote indruk op de kunstenaar. Artistiek was hij nog steeds op zoek.

In de jaren 1850 trok hij voor het eerst naar Barbizon, en pas daar kreeg zijn visie vorm. Volgens de traditie was hij er de “benjamin” van Corot. In elk geval verbleef hij regelmatig in de afspanning van Ganne in Barbizon, het toevluchtsoord van tal van Barbizonschilders. Zoals bij zijn broer eveneens het geval was, vormde Barbizon geenszins het eindpunt. César reisde regelmatig naar Normandië. De zomers bracht hij doorgaans door in Gasny aan de Epte. Tot 1880 verdween De Cock omzeggens uit het Belgische kunstmilieu; alleen de Franse en de Parijse kunstscène bij uitstek droeg zijn interesse weg. In 1865 kocht de Franse Staat op de Parijse salon zelfs een doek van hem.

Als landschapschilder werkte César De Cock vooral voor een Parijs’ publiek. In België nam hij slechts sporadisch deel aan de plaatselijke salons. Pas na een succesrijke Parijse carrière vestigde hij zich opnieuw in zijn geboortestreek. In tegenstelling tot Xavier verkoos hij in 1880 zijn geboortestad boven Sint-Martens-Latem als vaste verblijfplaats.

Zoals zijn broer bleef César tot op hoge leeftijd actief.

Oeuvre

Van in het begin van zijn carrière focuste César De Cock zich op het landschap. Onder de invloed van zijn voorbeelden Camille Corot en Jean-François Millet borstelde hij vooral een kleiner, intiemer oeuvre. De natuur overheerste, maar werd steeds door een dromerige, poëtische atmosfeer overweldigd. In tegenstelling tot zijn broer Xavier, wilde César rust en sereniteit weergeven. Coloristisch vormt zijn werk evenmin een bron van uitbundigheid: ingetogen groenen beogen eerder de harmonie, die de mysterieuze stilte van het bos in zich draagt. In tegenstelling tot zijn broer was César De Cock geen dierenschilder; steeds liet hij het landschap primeren, her en der verlevendigd door een enkele figuur.

Ook voor de eigentijdse kunstkritiek was deze Franse oriëntatie duidelijk: “De gebroeders De Cock schilderen voor de Vlamingen niet meer, ze schilderen enkel nog voor de Franschen”. Feit is dat hun vooruitstrevende schilderkunst een baken is voor de Belgische landschapschilderkunst, in de evolutie van de romantiek en het late neo-classicisme naar het realisme.

Bibliografie

– Boyens, Piet, Sint-Martens-Latem: Kunstenaarsdorp in Vlaanderen (Tielt/Sint-Martens-Latem: Lannoo/Art Book Company, 1992).
– Comyn, R., P. Huys, De schoonheid van de stilte: Ceasar De Cock (Tielt: Lannoo, 2004).
– De Smet, Johan, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970 (Tielt/Zwolle: Lannoo/Waanders, 2000).
– D’Haese, J., Cesar en Xavier De Cock, tent.cat. (Deurle: Museum Leon De Smet, 1984).
– D’Haese, J., Serafien De Rijcke tussen Xavier De Cock en Albijn Van den Abeele, tent.cat. (Sint-Martens-Latem: Latemse
Kunstkring/Artiestenzolder van het gemeentehuis, 1985).
– Moors, L., “Xavier De Cock: leven en werk 1818-1896”, onuitgegeven licentiaatsverhandeling (Brussel: VU, 1986-1987).
– Van Hoorde, J., De gebroeders Xaveer en César De Cock (Gent: Vanderpoorten, 1897).
– Van Doorne, Veerle (red.), Retrospectieve tentoonstelling Xavier De Cock (1818-1896), Cesar De Cock (1823-1904), Gustave Den Duyts (1850-1897), tent.cat. (Deinze: Museum van Deinze en Leiestreek, 1988).

Enige resultaat