De Buck, Evarist (1892-1974)

De Buck, Evarist (1892-1974)

Biografie

Geboren te Gent, studeerde Evarist De Buck tussen 1904 en 1914 aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten, waar hij o.m. George Minne als docent had. Ook zijn debuut werd door het begin van de Eerste Wereldoorlog verstoord.

Pas in 1917 vestigde Evarist De Buck zich metterwoon in Sint-Martens-Latem. In hetzelfde jaar nodigde de Gentse Salle Taets hem uit voor een individuele tentoonstelling. Exposeren deed hij trouwens vooral in Gent. In de plaatselijke Cercle Artistique et Littéraire was hij herhaaldelijk te gast. In 1925 kreeg hij er zelfs een individuele tentoonstelling. Gelijktijdig exposeerde hij in de Galerie d’Art. Sporadisch volgden individuele tentoonstellingen in Brussel en Antwerpen.

Getraumatiseerd door de dood van zijn zoon tijdens de Tweede Wereldoorlog besteedde hij zijn volle aandacht aan het beheer van de kunstgalerij die hij had gesticht, en waar hij vooral eigen toonde. Kort voor zijn dood bracht de gemeente Sint-Martens-Latem hulde aan de kunstenaar door de organisatie van een individuele tentoonstelling van zijn werk.

Op de Latemse scène bleef hij een vreemde eend in de bijt. Hoewel hij tot zijn dood in het dorp verbleef, nam hij nauwelijks deel aan het plaatselijke kunstleven. Wel verraadt zijn werk de invloed van Latemse dorpsgenoten, met name Valerius De Saedeleer en Albert Servaes.

Oeuvre

Bij zijn debuut was De Bucks voorkeur voor sociale thema’s overduidelijk. Onder invloed van de sombere oorlogsjaren, bracht hij in zijn houtskooltekeningen miserabilistische taferelen. Anderzijds stond hij in de vroegste jaren onder invloed van het divisionisme van Emile Claus en Théo van Rysselberghe.

Het verloop en het einde van de oorlog liet ook op zijn werk een grote indruk na. In de jaren na de oorlog bracht hij pathetische stukken en sneed hij nu plots religieuze thema’s aan, die sterk aan Albert Servaes doen denken. Anderzijds putte De Buck uit volkse verhalen. Ook George Minne droeg hij op dat ogenblik hoog in het vaandel. Zoals Servaes transponeerde ook hij zijn thema’s naar een Latemse context.

In de jaren 1920 evolueerde zijn werk naar een sobere eenvoud. De vormelijke vereenvoudiging ging gepaard met een zachte gevoeligheid voor zijn leefwereld. Zijn doeken zijn intiem eerder dan monumentaal. Bescheidenheid overheerst. De Buck was geen geboren verteller, en episch worden zijn doek nooit. De Leie bracht hij in stilte op doek, in contemplatieve verwondering over de roerloze eeuwigheid.

Bibliografie

– Boyens, Piet, Sint-Martens-Latem, Kunstenaarsdorp in Vlaanderen (Tielt/Sint-Martens-Latem: Lannoo/Art Book Company, 1992).
– De Smet, Johan, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970 (Tielt/Zwolle: Lannoo/Waanders, 2000).
– Evarist De Buck herontdekt, tent.cat. (Gent: VDK Spaarbank, 2001).

Geen producten gevonden die aan je zoekcriteria voldoen.