Den Duyts, Gustave (1850-1897)

Den Duyts, Gustave (1850-1897)

Biografie

Hoewel Gustave Den Duyts stamde uit een kunstminnende familie, liep hij zelf geen academie. Zo debuteerde hij in 1874 als autodidact op de Gentse salon, de plaats waar ook Emile Claus voor het grote publiek zijn opwachting maakte. De kunstenaar stond dicht bij Jean Delvin, de directeur van de plaatselijke Academie voor Schone Kunsten; samen huurden ze een atelier in de Gentse Drabstraat. Samen met Delvin en de etser Armand Heins, die naderhand ook in Deurle en Sint-Martens-Latem zou tekenen, was hij een van de protagonisten van het Gentse kunstleven in de jaren 1870.

Den Duyts was bij uitstek internationaal gericht, en deze instelling bracht hem reeds vroeg succes. Tegenover dit buitenlandse succes stond het behoudsgezinde klimaat in zijn geboortestad. Den Duyts voelde zich in Gent dermate onbegrepen, dat hij zich in 1887 in Brussel vestigde. Een onverwachte stap voor een man die in het lokale kunstleven een prominente rol speelde. In Gent ontleende hij zijn faam onder meer aan zijn geïnspireerde ontwerpen bij de inrichting van historische stoeten. Hoewel Den Duyts vooral als schilder bekendheid genoot, genoot hij reeds vroeg in zijn carrière ook als etser bekendheid.

Den Duyts was van grote invloed op latere generaties kunstenaars. Onder meer zijn Panoramisch zicht van de stad Gent, dat in 1881 door het Gentse Museum voor Schone Kunsten werd aangekocht, was voor kunstenaars als Albert Baertsoen en Georges Buysse van grote invloed. Longtering, een ziekte die hem vanaf 1883 kwelde, bespoedigde zijn dood in 1897. Maar over zijn invloed in Gent kan geen twijfel bestaan. De volgende generatie bestudeerde ongetwijfeld het oeuvre van de eerste impressionist van de Leiestreek.

Oeuvre

“Hij bekende me zelf, liever volgens de ingevingen van zijn geheugen te werken. Hij leverde prachtige, heerlijke studies naar de natuur, en bloemenstukken die gretig bewaard blijven door scherpzinnige liefhebbers. Maar wat hij door zijn geheugen vertolkte en niet verzon, was van onberispelijke waarheid”. Zo noteerde zijn vriend Armand Heins met betrekking tot zijn werk.

Hoewel Gustave Den Duyts zich nooit in Sint-Martens-Latem vestigde, bracht hij in het laatste kwart van de negentiende eeuw herhaaldelijk de Leie even stroomopwaarts in Afsnee in beeld. De wijde periferie van de stad Gent trok hem aan. Vooral in het zuidwesten was hij actief, de strook tussen Afsnee en Drongen.

Als kunstenaar situeert Den Duyts zich in het pre-impressionisme van Guillaume Vogels, waarmee hij eenzelfde weemoedige sfeer gemeen heeft. Zelden situeerde hij zijn onderwerpen in de lente of de volle zomer. Hij liet steeds een poëtische melancholie overheersen, die nog versterkt wordt door het doorgaans doorregende of besneeuwde landschap. Met het impressionisme had hij zeker de spontane, vlugge manier van werken gemeen.

Zijn doeken zijn zeer zintuiglijk, in een ruk ontstaan. In de loop van zijn carrière ontwikkelde Den Duyts een wonderlijk natuurgevoel. In suggestieve aquarellen overheerst een vredige rust, waarin een poëtische bijna feeërieke natuur wordt opgevoerd. Die schijnbare onbeweeglijkheid van de natuur wist Den Duyts zeer goed te vatten. Of zoals het Brusselse avant-gardistische tijdschrift L’art moderne na zijn dood beklemtoonde: “De kunstenaar poneerde vooreerst een visie; zijn oeuvre wordt niet gekenmerkt door verscheidenheid en vernieuwing, maar door een zelfverzekerde, progressieve voortgang naar een adequatere expressie, naar de perfecte verbeelding van zijn drooom”.

Bibliografie

** Veerle van Doorne, Retrospectieve tentoonstelling Xavier De Cock (1818-1896), Cesar De Cock (1823-1904), Gustave Den Duyts (1850-1897) , Deinze, Museum van Deinze en Leiestreek, 1988.
** Piet Boyens, Sint-Martens-Latem, Kunstenaarsdorp in Vlaanderen, Tielt – Sint-Martens-Latem, Lannoo – Art Book Company, 1992.
** Johan De Smet, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970, Tielt – Zwolle, Lannoo – Waanders, 2000.

Enige resultaat