Sys, Maurice (1880-1972)

Sys, Maurice (1880-1972)

Biografie

Maurice Sys werd in de Gentse Kapucijnenham geboren als zoon van een schoenmaker. Op dertienjarige leeftijd trok hij naar de plaatselijke academie, waar hij de klasgenoot van o.a. Hippolyte Daeye, Julius de Praetere en de gebroeders De Smet was. Samen met zijn vrienden Gustave en Leon De Smet debuteerde hij in 1904 in de Gentse Kunst- en Letterkring. Hun studiegenoot, de jonge criticus Frédéric de Smet, beschouwde hen toen reeds, samen met Alfons Dessenis en Frits Van den Berghe als dé “revelaties die een briljante artistieke toekomst aan onze stad beloven”. Samen met hen stond hij ook aan de wieg van de Brusselse modernistische vereniging Les Indépéndants.

In 1905 trok ook Maurice Sys naar Sint-Martens-Latem en huurde er een huis in de Latemstraat. In de eerste plaats vond hij er vrienden als de gebroeders De Smet en Frits Van den Berghe terug. Maar Sys sloot ook vriendschap met tenoren uit de zogenaamde eerste groep, zoals Valerius De Saedeleer, George Minne en Gustave van de Woestyne.

Tot 1907, het jaar van zijn huwelijk, verbleef Sys overwegend in Sint-Martens-Latem. Nadien leidde zijn onrustige zwerversbestaan hem op grillige wegen, doorheen België, Frankrijk en Nederland. Ook de Eerste Wereldoorlog zou hij hoofdzakelijk op Nederlandse wateren doorbrengen. In het interbellum trad hij regelmatig uit de schaduw door opgemerkte tentoonstellingen. Zijn oude vrienden Gustave De Smet en Frits Van den Berghe liepen als protagonisten van het Vlaams expressionisme echter meer in de kijker.

Sys kende een lang schildersbestaan. Na de Tweede Wereldoorlog leefde hij teruggetrokken in zijn huisje aan de Gentse Proveniersterstraat.

Oeuvre

Bij zijn debuut genoot Sys vooral faam als portretschilder, die naast de notabelen van zijn tijd ook zijn vrienden-kunstenaars zoals Gustave De Smet en Frits Van den Berghe schilderde. In deze doeken liet hij zich opmerken als een fijngevoelig observator, met een scherp oog voor de psychologische typering van zijn modellen. Zijn koloriet was ingetogen. De beeltenis werd ragfijn uitgewerkt, de omgeving kreeg schetsmatig vorm.

In Latem zocht Sys de plaatselijke notabelen niet meer op, om hun portret te schilderen. Integendeel, ook hij werd door het feeërieke landschap van de Leie aangetrokken. En rond het dorp en de meanderende Leie ontpopte Sys zich als een van de belangrijkste Gentse landschapschilders. Of zoals het tijdschrift La Fédération Artistique in november 1911 vaststelde: “Hij houdt vooral van onze mooie Leie, die onuitputtelijke bron waaraan tal van dichters en schilders hun inspiratie ontlenen. Daar voelt Sys zich thuis en men kan zeggen dat de kalme stroming van de “Golden River” voor hem geen geheimen meer heeft: hij ontsluiert haar charme, want wat zijn kunstenaarsoog ziet weet hij op doek vast te leggen.” Als landschapschilder onderscheidde hij zich duidelijk van Claus. Sys speelde vooral met schaduweffecten. Het licht filterde hij in sterke mate, zodat hij een zachter koloriet kon hanteren. Kort na zijn aankomst raakte Sys begeesterd door de waterkant. De kunstenaar zou jaren op het water doorbrengen. Verschillende boten had hij ter zijner beschikking, luisterend naar namen als De Leievogel, ’t Nest, … De boten verbouwde hij zelf tot drijvende ateliers, die hem doorheen België, Frankrijk en Nederland voeren. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat zee- en havengezichten een prominente plaats innemen in het oeuvre van Sys.

Ook aan de waterkant werkte hij in een ingetogen luminisme, waarin alle contouren en vormen als in een waas worden weergegeven. Of zoals Karel van de Woestijne in 1924 vaststelde: “[Zijn kunst] is zeer verleidelijk en ik kan mij heel goed verklaren, dat het ruimere publiek er de bekoring van onderging. Die bekoring heeft haar grond in eene overbluffende ambachtelijke knapheid.”

Bibliografie

** Jos Murez en Guido Sijs, Maurice Sys, Sint-Niklaas, 1980.
** Piet Boyens, Sint-Martens-Latem, Kunstenaarsdorp in Vlaanderen, Tielt – Sint-Martens-Latem, Lannoo – Art Book Company, 1992.
** Johan De Smet, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970, Tielt – Zwolle, Lannoo – Waanders, 2000.

Alle 3 resultaten