Huys, Modest (1874-1932)

Huys, Modest (1874-1932)

Biografie

Reeds op jonge leeftijd werd Modest Huys met de schilderkunst geconfronteerd. Als zoon van een huisschilder zou hij tot de leeftijd van dertig jaar het beroep van schilderdecorateur uitoefenen. Kort voor de eeuwwisseling was hij actief in de omgeving van Tiegem, en raakte bevriend met de schrijver Stijn Streuvels.

Van bij zijn debuut maakte Huys deel uit van de succesvolle luministische beweging rond Emile Claus. In de impressionistische vereniging Vie et Lumière betoonde hij zich bijzonder actief, en met de kring exposeerde hij in 1906 bij La Libre Esthétique. In de Antwerpse modernistische vereniging Kunst van Heden stelde hij een jaar eerder tentoon. Nog in 1905 bevestigde de Luikse Wereldtentoonstelling zijn faam als luminist. Rond dezelfde tijd raakte Huys bevriend met de gebroeders Gustave en Leon De Smet, met wie hij naar Normandië reisde.

Deze Gentse connectie werd alsmaar belangrijker. Huys was trouwens een graag geziene gast in de stad. In de loop van zijn carrière stelde hij herhaaldelijk tentoon in individuele en groepstentoonstellingen. Zijn debuut in de kring maakte hij met Gustave De Smet. Huys’ Belgische succes kreeg ook in het buitenland gehoor. De aanleiding was zijn opgemerkte aanwezigheid op de biënnale van Venetië in 1909. Het Carnegie Institute te Pittsburgh besloot prompt hem uit te nodigen op de jaarlijkse tentoonstellingen die de instelling organiseerde; belangrijk is dat deze tentoonstellingen rondreisden doorheen de Verenigde Staten. De biënnale opende ook de deuren bij de Royal Scottish Academy.

De oorlogsjaren bracht hij in tegenstelling tot vele confraters, in het Leieland door. En deze vrijwillige ballingschap duurde ook na de oorlog verder. In feite sloot Huys deze periode pas in 1927 af toen hij de beschikking kreeg over een eigen atelier aan de Leie te Zulte, het Zonne-Huys. De kunstenaar maakte nooit deel uit van de Brusselse avant-garde. Als exposant was hij in de regio tussen Gent en Kortrijk actief.

Een beetje vereenzaamd overleed Modest Huys eind janurai 1932 in zijn atelier te Zulte.

Oeuvre

De eerste olieverfschetsen van Huys dateren uit de jaren 1890-91. Met deze eerste studies trok hij naar zijn streekgenoot Emile Claus, die hem aanraadde vooral te tekenen. Pas in 1900 kon hij enige tijd aan de Antwerpse Academie voor Schone Kunsten studeren, maar het schoolse onderricht had weinig invloed. Nog in het eerste jaar verliet hij de school en bleef dus omzeggens autodidact.

Bij zijn debuut in 1902 had hij nog geen evenwicht gevonden. Technisch onbeholpen waren deze doeken in afwisselend fletse dan weer schetterende kleuren geborsteld. Enkele jaren later bereikte hij de hem typische coloristische harmonie, in zachte rozen en tere groenen. Octave Maus, de voorman van la Libre Esthétique, zag hem op dat ogenblik als volgt: “De visie van de kunstenaar, luministisch, trillend zowel als delicaat, uit zich door kleine toetsen, geplaatst met een merkwaardige zekerheid. Het is een briljante belofte, zelfs meer dan een belofte”. Geleidelijk aan werd zijn koloriet serener. Daar tegenover staat zijn toets die bijzonder grillig en fantasierijk was. Na 1909 – het jaar van zijn huwelijk – nam zijn werk kwalitatief een hoge vlucht.

Kort voor de Eerste Wereldoorlog evolueerde zijn werk naar een expressionisme dat technisch sterk aan Vincent van Gogh herinnert, een stijl die hij trouwens tot 1920 aanhield. Kort na de wapenstilstand zwierf hij door de ruïnes van de Westhoek, en schilderde beklijvende beelden van de frontstreek.

Door zijn isolement in het Leieland onderging hij niet onmiddellijk de invloed van het internationale modernisme, een invloed die anderen in het buitenland wel oppikten. Geleidelijk aan zal ook hij in de richting van het expressionisme evolueren, zij het dat zijn werk zich duidelijk blijft onderscheiden van dat van bijvoorbeeld de Vlaams expressionisten. Huys ging de contouren accentueren, en voerde vormelijk een verregaande synthese door. Meer en meer koos hij voor een eigenwijs expressionisme, dat in zijn typisch verhalende stijl, de mens van het platteland in beeld wou brengen.

Bibliografie

** Piet Boyens, Sint-Martens-Latem, Kunstenaarsdorp in Vlaanderen, Tielt – Sint-Martens-Latem, Lannoo – Art Book Company, 1992.
** Johan De Smet en Veerle van Doorne, Modest Huys 1874-1932, Antwerpen – Gent, Pandora – Snoeck-Ducaju & Zoon, 1999.
** Johan De Smet, Sint-Martens-Latem en de Kunst aan de Leie 1870-1970, Tielt – Zwolle, Lannoo – Waanders, 2000.

Alle 2 resultaten